Van klinisch bewijs naar economische waarde voor het ziekenhuis

What’s Keeping MedTech Awake? #12

Klinisch bewijs kan chirurgen overtuigen zonder een antwoord te geven op de vraag die vaak bepaalt of een innovatie in een ziekenhuis wordt ingevoerd: wat is deze innovatie economisch waard?

Een klein medtechbedrijf behaalt een resultaat waar de meeste bedrijven alleen van kunnen dromen: een baanbrekende klinische studie, gepubliceerd in een van de toonaangevende vakbladen en opgepikt door internationale media. De chirurgen zijn overtuigd. De wetenschap laat weinig ruimte voor twijfel.

Maar de persoon die uiteindelijk de aankoop moet goedkeuren, een ziekenhuisverantwoordelijke die kijkt naar budgetten en de capaciteit van het operatiekwartier, heeft een heel andere vraag waarop de klinische publicatie geen antwoord geeft.

Klinisch en economisch bewijs vervullen een andere rol

De chirurg wil weten of de technologie werkt. De ziekenhuisverantwoordelijke wil weten wat ze oplevert, concreet in vermeden kosten, vrijgekomen capaciteit in het operatiekwartier en minder herhaalde ingrepen.

Hetzelfde klinische bewijs kan helpen om beide vragen te beantwoorden, maar bijna nooit in hetzelfde document, geschreven voor dezelfde lezer.

Het ene argument toont de klinische waarde aan. Het andere vertaalt die waarde naar operationele en financiële termen die mee bepalen of een ziekenhuis de innovatie zal invoeren.

Waarom het economische waardeverhaal vaak achterloopt op het klinische bewijs

Voor een klein, wetenschappelijk gedreven medtechteam is het na een belangrijke publicatie logisch om verder te bouwen op het klinische momentum: meer studies, meer bewijs en meer chirurgen die als ambassadeur optreden.

Het economische argument voor de budgetverantwoordelijke in het ziekenhuis die de aankoop daadwerkelijk moet goedkeuren, wordt vaak pas later uitgewerkt, als dat al gebeurt. Nochtans vormt net dat argument vaak een grotere drempel voor adoptie dan het klinische bewijs zelf.

Sterk klinisch bewijs kan aantonen dat een innovatie werkt. Het maakt daarom nog niet automatisch duidelijk wat de impact is op de ziekenhuiskosten, de efficiëntie van het operatiekwartier of de bredere aankoopbeslissing.

Vertaal klinisch bewijs naar een aparte economische case voor het ziekenhuis

Het antwoord is niet een langere klinische publicatie.

Wat nodig is, is een aparte, doelbewust opgebouwde economische waardecase voor het ziekenhuis die hetzelfde bewijs vertaalt naar termen rond kostenvermijding en efficiëntie waar een ziekenhuisbeslisser daadwerkelijk mee aan de slag kan.

Die case kan worden aangevuld met een gestructureerd klantreferentieverhaal van een ziekenhuis dat de innovatie al vroeg heeft ingevoerd. Zo wordt niet alleen het klinische resultaat zichtbaar, maar ook wat de invoering ervan in de praktijk betekent.

Samen geven ze ziekenhuisbeslissers een duidelijker beeld van de klinische waarde, de operationele impact en de financiële relevantie, zonder te verwachten dat één document al die functies tegelijk vervult.

De vraag die medtechteams zich moeten stellen

De vraag is niet langer alleen: “Is ons klinische bewijs sterk genoeg?”

Als de klinische case al overtuigend is, wordt een andere vraag belangrijker: “Hebben we duidelijk uitgelegd wat dit waard is voor de persoon die de investering moet goedkeuren?”

Dat is vaak de ontbrekende schakel tussen klinisch succes en een bredere invoering in ziekenhuizen.

Van klinisch succes naar Customer Reference Marketing

Dit maakt deel uit van ons werk rond Customer Reference Marketing bij Living Stone: sterke klinische resultaten en een eerste ziekenhuisrelatie omzetten in een gestructureerde economische case en een klantreferentieverhaal dat ook de persoon bereikt die de aankoop goedkeurt, en niet alleen degene die de ingreep uitvoert.

Klinkt dit herkenbaar? Dan horen we graag van je. Ontdek hoe we Customer Reference Marketing aanpakken.

Anne-Mie Vansteelant

COO | Managing Partner at Living Stone

Schrijf je in op onze nieuwsbrief om het meest gelezen marketingnieuws in je mailbox te ontvangen.